ECLI:NL:CBB:2001:AB0832
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ruimingsbesluiten mond- en klauwzeer
Verzoekers, eigenaren van bedrijven binnen een straal van één kilometer van een primair bedrijf met verdenking op mond- en klauwzeer, werden door de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees medegedeeld dat hun evenhoevigen als verdachte dieren werden aangemerkt en gedood moesten worden ter bestrijding van de ziekte.
Verzoekers stelden dat de verdenking onvoldoende was bevestigd en dat de besluiten onrechtmatig waren. Zij vroegen de president van het College om een voorlopige voorziening om de besluiten te schorsen. De president overwoog dat de besluiten gebaseerd waren op een ruime wettelijke grondslag en dat de veterinaire risico's en het belang van snelle bestrijding zwaar wogen.
De president voerde een marginale toetsing uit en concludeerde dat de besluiten niet kennelijk onredelijk waren en dat de belangenafweging door het bestuursorgaan in redelijkheid was gemaakt. Gezien het epidemisch karakter van de ziekte en de noodzaak tot snelle ingreep, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak benadrukt de ruime discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan bij het nemen van maatregelen tegen besmettelijke dierziekten en het belang van spoedige uitvoering van dergelijke maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de besluiten tot preventieve ruiming van verdachte dieren wordt afgewezen.