ECLI:NL:CBB:2001:AB0539
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling energie-investeringsaftrek voor infrarood-branders en ovens in bakkerij
Appellanten, exploitanten van een brood- en banketbakkerij, hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarin werd beslist dat alleen investeringen in infrarood-branders en regelaars voor energie-investeringsaftrek in aanmerking komen, niet de Thermo-Power ovens.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 11 van Pro de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 en de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek, waarin alleen bedrijfsmiddelen vermeld in de Energielijst 1998 in aanmerking komen. De ovens stonden niet op deze lijst en konden volgens het College niet als bestanddeel van de infrarood-branders worden aangemerkt, omdat de branders technisch zelfstandig functioneren en de oven een zelfstandige betekenis heeft.
Appellanten voerden aan dat de branders technisch uitsluitend in de ovens kunnen worden geïnstalleerd en dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door verklaringen te weigeren, mede gelet op eerdere mededelingen. Het College verwierp dit en oordeelde dat geen gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt die tot afgifte van de verklaring voor de ovens verplichten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het limitatieve karakter van de Energielijst en de strikte uitleg van de daarin genoemde bedrijfsmiddelen en onderdelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en alleen de infrarood-branders en regelaars komen in aanmerking voor energie-investeringsaftrek, niet de ovens.