2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten
en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Appellante heeft op een daartoe strekkend formulier op 21 april 1998 een "aanvraag
oppervlakten 1998 vereenvoudigde regeling en voederareaal" ingediend bij
verweerder. Na correctie door een ambtenaar van verweerders dienst Laser is
definitief opgegeven een totale oppervlakte 43.16 ha voor voederareaal en 7.63 ha
voor akkerbouwsteun.
- Alvorens het formulier voor de aanvraag oppervlakten 1998 in te vullen is er
telefonisch overleg geweest tussen appellante en de heer van der Greft (hierna: Van
der Greft) van verweerder dienst Laser. Tijdens dit overleg is gesproken over de
vraag hoe gehandeld moest worden nu voor enkele ma‹spercelen van appellante
onduidelijk was of zij als akkerland konden worden aangemerkt. Deze
onduidelijkheid ontstond tijdens de afhandeling van de aanvraag oppervlakten 1997
van appellante. Bij een door verweerder op 14 mei 1998 hieromtrent genomen
beslissing op bezwaar kwam een einde aan deze onduidelijkheid.
- Bij brief van 6 november 1998 heeft verweerders dienst Laser aan appellante
meegedeeld dat is gebleken dat appellante op 31 maart 1998 in het kader van de
Regeling gedroogde voedergewassen een contract/leveringsaangifte heeft afgesloten
met grasdrogerij Oosterwolde te Oosterwolde (hierna: de grasdrogerij). Uit een
vergelijking tussen de perceelsindelingslijst behorende bij dit contract en de door
appellante opgegeven percelen voor voederareaal en akkerbouwsteun blijkt dat voor
totaal 19 percelen met een totale oppervlakte van 46.17 ha in het kader van de
regeling gedroogde voedergewassen een leveringsaangifte is ingediend. Dezelfde 19
percelen heeft appellante - tot een totale oppervlakte van 43.91 ha - tevens op de
verklaring oppervlakten opgegeven voor voederareaal en voor akkerbouwsteun. Voor
deze 19 percelen is daarom sprake van het (gedeeltelijk) dubbel aanvragen van steun.
Aangezien het niet is toegestaan gelijktijdig voor een zelfde oppervlakte steun aan te
vragen ingevolge de Regeling gedroogde voedergewassen en de Regeling dierlijke
EG-premies of de EG-regeling steunverlening akkerbouwgewassen, deelt Laser mee
dat overwogen wordt de oppervlakte voor akkerbouwsteun en de oppervlakte
voederareaal in het kader van de Regeling dierlijke EG-premies te verminderen
conform de sanctieregeling neergelegd in artikel 9, tweede lid, van Verordening
(EEG) nr. 3887/92. Appellant wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op dit
voornemen kenbaar te maken.
- Bij brief van 17 november 1998 heeft appellante op voormelde brief gereageerd en
daarbij verzocht af te zien van het voornemen tot toepassing van een sanctie.
- Bij een op 27 november 1998 verzonden besluit deelt verweerder mee dat de
aanvraag oppervlakten 1998 is afgewezen. Blijkens de bijlage bij dit besluit is zowel
de subsidiabele oppervlakte akkerbouwgewassen als de definitieve oppervlakte
voederareaal - na toepassing van een sanctie - op 0 ha vastgesteld.
- Bij brief van 8 december 1998 maakt appellante vervolgens bezwaar tegen dit
besluit.
- Nadat appellante haar bezwaren heeft toegelicht op een op 2 september 1999
gehouden hoorzitting heeft verweerder het bestreden besluit genomen.