ECLI:NL:CBB:2001:AA9889
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering tegemoetkoming vleeskalversector in BSE-regeling
Appellante, een vleeskalverhouder, maakte bezwaar tegen de hoogte van de aan haar toegekende tegemoetkoming op grond van de Regeling ondersteuning producenteninkomen rundvleessector vanwege de BSE-situatie 1997. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het bedrag gebaseerd op de landbouwtelling van 1 april 1997 vastgesteld.
Appellante stelde dat op de peildatum haar stallen grotendeels leeg waren door afleveringen van kalveren, terwijl zij gedurende het jaar wel een grotere populatie vleeskalveren hield. Zij beriep zich op de uitzondering in de regeling voor vleeskalverhouders die tijdelijk leegstand kennen door het 'all in, all out' systeem, waarbij de situatie in week 9 van 1997 bepalend zou moeten zijn.
Het College oordeelde dat verweerder ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en dat het bestreden besluit niet in stand kon blijven. Het College stelde vast dat de regeling bedoeld is om rekening te houden met tijdelijke leegstand en dat de situatie van appellante gelijk moet worden gesteld aan een bedrijf zonder kalveren op de peildatum. Daarom moet verweerder het bezwaar opnieuw beoordelen met inachtneming van deze uitspraak.
Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder opnieuw beslist en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van deze uitspraak.