ECLI:NL:CBB:2001:AA9888
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag zoogkoeienpremie wegens ontbreken aanvraag oppervlakten en voederareaal
Appellant diende een aanvraag in voor de zoogkoeienpremie over het verkoopseizoen 1999, terwijl hij eerder dat seizoen al premie had aangevraagd voor ooien. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant geen aanvraag oppervlakten had ingediend, waardoor het veebezettingsgetal maximaal 15 GVE bedroeg, terwijl de ooien al 31,5 GVE bezetten.
Appellant voerde aan dat hij pas tijdens de aanvraagperiode besloot tot wijziging van zijn bedrijfsvoering en dat verweerder voldoende informatie had om de aanvraag toe te wijzen. Het College oordeelde dat de verplichting tot tijdige indiening van een aanvraag oppervlakten geldt, behalve in specifieke vrijstellingsgevallen die hier niet van toepassing zijn.
Het College stelde vast dat de regeling een maximale veebezetting van 15 GVE toestaat zonder aanvraag oppervlakten, maar appellant had reeds een hogere bezetting via de ooienpremie. De wijziging in bedrijfsvoering valt onder het normale ondernemersrisico en vormt geen overmacht. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een tijdige aanvraag oppervlakten, waardoor de zoogkoeienpremie niet kan worden toegekend.