ECLI:NL:CBB:2000:AA9277
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen schadevergoeding bij ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellanten voerden beroep aan tegen een besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waarin een schadevergoeding werd toegekend na de ruiming van hun varkensbedrijf wegens besmetting met klassieke varkenspest. Zij stelden dat hun bedrijf ten onrechte niet preventief was geruimd, hetgeen tot een hogere schadeloosstelling had moeten leiden.
Het geschil betrof de toepassing van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, met name de artikelen 86 tot en met 91, die voorschriften geven voor vergoeding van schade bij gedwongen ruiming van dieren. Verweerder voerde aan dat preventieve ruiming een discretionaire bevoegdheid is en dat het bedrijf van appellanten niet in een bijzondere situatie verkeerde die een hogere vergoeding rechtvaardigde.
Het College oordeelde dat verweerder niet onredelijk heeft gehandeld door onderscheid te maken tussen preventief en besmet geruimde bedrijven en dat het niet preventief ruimen van het bedrijf van appellanten niet als nalatigheid kan worden aangemerkt. Ook de aanwezigheid van relatief veel guste zeugen door het fokverbod was onvoldoende reden voor een hogere vergoeding.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegekende schadevergoeding na ruiming wegens klassieke varkenspest wordt ongegrond verklaard.