ECLI:NL:CBB:2000:AA6441
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen Tijdelijke regelingen milieutoelating bestrijdingsmiddelen
De stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de stichting Natuur en Milieu verzochten de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening tegen de Tijdelijke regelingen I en II, waarin bepaalde bestrijdingsmiddelen tijdelijk werden toegelaten. Zij stelden dat deze regelingen geen algemeen verbindend voorschrift zijn en dat de minister hiertoe onbevoegd was, omdat de toelating uitsluitend aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Ctb) is toegekend in de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
De minister en de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) voerden aan dat de Tijdelijke regelingen wel algemene verbindende voorschriften zijn en dat de minister op grond van het Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen bevoegd was tot aanwijzing van de middelen. LTO benadrukte het belang van de toelating voor landbouwkundige en maatschappelijke belangen.
De president oordeelde dat de aanwijzingen in de Tijdelijke regelingen geen algemeen verbindend voorschrift zijn en dat de minister niet over een wetgevende bevoegdheid beschikt om deze aanwijzingen te doen. Tevens concludeerde hij dat artikel II, tweede en derde lid, van het Besluit van 15 maart 2000, waarop de aanwijzingen zijn gebaseerd, onmiskenbaar onverbindend is wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Daarom schorste hij de Tijdelijke regelingen en bepaalde dat de daarin aangewezen bestrijdingsmiddelen als niet toegelaten worden behandeld totdat op bezwaar is beslist.
De voorziening werd toegewezen met vergoeding van het griffierecht aan de verzoeksters. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door fungerend president D. Roemers op 10 juli 2000.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de Tijdelijke regelingen I en II worden geschorst wegens gebrek aan wettelijke grondslag.