ECLI:NL:RVS:2023:3206
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening remigratie-uitkering ondanks fouten SVB
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, diende in 2008 een aanvraag in voor een remigratie-uitkering als alleenstaande, hoewel hij getrouwd was met een tweede echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende de uitkering toe op basis van deze aanvraag. In 2021 verzocht appellant om herziening van het besluit uit 2009, waarop de SVB aanvankelijk afwees maar later het bezwaar gegrond verklaarde en de uitkering met terugwerkende kracht tot vijf jaar herzag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de vijfjaarstermijn onredelijk en niet evenredig is en dat de SVB meerdere ernstige fouten had gemaakt, waaronder het niet adequaat communiceren en het niet erkennen van het tweede huwelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beleidsregel van de SVB, die de vijfjaarstermijn bepaalt, binnen redelijke beleidsbepalingen valt en dat de erkende fouten geen bijzondere omstandigheden vormen om hiervan af te wijken.
De Afdeling benadrukte dat appellant tegen het oorspronkelijke besluit geen bezwaar had gemaakt en dat de SVB de remigratie-uitkering correct heeft herzien binnen de beleidsregels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.