ECLI:NL:RVS:2021:2555
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod en toewijzing proceskostenvergoeding aan appellant
De burgemeester van Vlaardingen legde op 4 september 2020 een huisverbod van tien dagen op aan appellant na een incident waarbij appellant geweld gebruikte en bedreigingen uitte jegens zijn vrouw en haar dertienjarige zoon. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit huisverbod ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was en het huisverbod terecht was opgelegd.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet had erkend de zoon te hebben geslagen en dat het huisverbod onterecht was opgelegd. Tevens betoogde hij dat het motiveringsgebrek in het besluit gevolgen had moeten hebben, waaronder een proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht het huisverbod oplegde vanwege het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de veiligheid van de vrouw en haar zoon, gebaseerd op meerdere verklaringen, politiegegevens en eerdere gedragingen van appellant.
Hoewel het motiveringsgebrek in het besluit niet tot schending van de belangen van appellant leidde, was de rechtbank onjuist in het nalaten van een proceskostenveroordeling ten gunste van appellant. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd en de burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.