Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, met producties, ontvangen op 27 september 2019;
- het verweerschrift, tevens verzoek tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding en tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, met producties;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door [verzoeker] overgelegde (fax)brieven van 11 en 15 november 2019, beide met producties;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door [verweerster] overgelegde faxbrief van 18 november 2019, met een productie;
- de pleitaantekeningen aan de kant van [verzoeker] ;
- de pleitaantekeningen aan de kant van [verweerster] .
2.De feiten
3.Het verzoek en de grondslag daarvan
- een billijke vergoeding van € 66.072,00 bruto;
- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.730,29 bruto;
- de wettelijke transitievergoeding van € 25.846,00 bruto;
- de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen, tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.
“Wat wil je horen? Dat ik het bedrag heb gestolen? Ok. Ik beken wel. Is dat wat je wilt horen?”. Iets meer of iets anders heeft [verzoeker] niet bekend.
- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.730,29 bruto, over de periode 12 september 2019 tot 1 februari 2020;
- de transitievergoeding van € 25.846,00 bruto;
- een billijke vergoeding van € 66.072,00 bruto. [verweerster] heeft ernstig verwijtbaar jegens [verzoeker] gehandeld door hem tegen beter weten in te beschuldigen van het verduisteren van gelden en hem in eer en goede naam geschaad. [verzoeker] had bij voortzetting van het dienstverband zeker goede vooruitzichten gehad om nog langere tijd in dienst te blijven nu hij goed functioneerde en de onderneming financieel gezond is. Zijn vooruitzichten op een vergelijkbare functie zullen bemoeilijkt worden nu [verzoeker] is bestempeld als fraudeur.
4.Het verweer
“Weet je waarom ik het heb gedaan? Omdat jouw vader mij altijd gekleineerd heeft, daarom!”.
5.Het zelfstandige tegenverzoek van [verzoekster]
- voor recht te verklaren dat het op 12 september 2019 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven;
- [verweerder] te veroordelen aan [verzoekster] te betalen:
6.De beoordeling
€ 25.846,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 12 oktober 2019 tot de dag der algehele voldoening;
€ 10.73,029 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 12 september 2019 tot de dag der algehele voldoening;