Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:2832

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
12234768 \ CV EXPL 26-1464
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en betaling gebruiksvergoeding van gehuurde kamer toegewezen

In deze civiele zaak vordert eiser ontruiming van een door gedaagde gebruikte kamer en betaling van een gebruiksvergoeding. Gedaagde is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot ontruiming gegrond is, maar stelt de termijn voor ontruiming op drie dagen na betekening van het vonnis, in afwijking van de gevorderde 48 uur, conform artikel 555 Rv Pro. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 500 per maand vanaf 1 mei 2026 tot volledige ontruiming.

Verder worden de proceskosten van eiser begroot op € 967,02 en worden deze, inclusief wettelijke rente, aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

nRECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12234768 \ CV EXPL 26-1464
Vonnis in kort geding van 28 mei 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling van 27 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de verstekverlening tegen [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Ontruiming
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.
2.2.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met uitzondering van het volgende.
2.3.
De termijn voor de ontruiming zal niet worden bepaald op 48 uur na betekening, zoals gevorderd, maar op drie dagen na betekening van dit vonnis, gelet op het bepaalde in artikel 555 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Proceskosten
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
967,02
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de door hem gebruikte kamer, zijnde kamer [nummer] in het pand aan de [adres], alsmede de door hem gebruikte gemeenschappelijke ruimten te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser],
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 500,00 per maand aan [eiser], althans een evenredig gedeelte daarvan voor een gedeelte van een maand, vanaf 1 mei 2026 tot en met de dag waarop [gedaagde] het gehuurde volledig heeft ontruimd en verlaten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 967,02, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door
mr. J.M. Marsman op 28 mei 2026.