Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5069

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/09/684899 / HA ZA 25-405
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:109 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 6:166 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijke aansprakelijkheid zorgaanbieder en bestuurders voor onverschuldigde declaraties wijkverpleging

De verzekeraars vorderen terugbetaling van ruim €4,1 miljoen die zij in 2017 aan Sion Zorg B.V. hebben betaald voor wijkverpleging, omdat Sion niet voldoende meewerkte aan een materiële controle om de rechtmatigheid van de declaraties vast te stellen. De rechtbank oordeelt dat Sion tekort is geschoten in haar contractuele en wettelijke verplichtingen en dat de (oud)bestuurders en -commissarissen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt vanwege hun nalatigheid en onvoldoende toezicht.

De materiële controle werd ingesteld na een risicoanalyse die uitwees dat Sion 3,4 keer zoveel had gedeclareerd als het landelijke gemiddelde en dubbele prestaties had gedeclareerd. Ondanks herhaalde verzoeken weigerde Sion adequate informatie te verstrekken, waardoor de verzekeraars niet konden vaststellen of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk en rechtmatig was geleverd.

De rechtbank stelt vast dat de bestuurders en commissarissen hun taken ernstig hebben verwaarloosd, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag. De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €2.924.942,99, gebaseerd op het verschil met het landelijke gemiddelde, en veroordeelt Sion c.s. tot betaling van proceskosten en wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Matiging van de vordering wordt afgewezen vanwege het ernstige verwijt aan de bestuurders.

Uitkomst: Sion Zorg B.V. en haar (oud)bestuurders en -commissarissen worden hoofdelijk veroordeeld tot terugbetaling van €2.924.942,99 met rente en proceskosten wegens onvoldoende medewerking aan materiële controle en onrechtmatige declaraties wijkverpleging 2017.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/684899 / HA ZA 25-405
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van

1.ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Utrecht,2. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,3. ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,4. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,

eiseressen,
hierna gezamenlijk te noemen: ‘de verzekeraars’,
advocaat: mr. F.E. Rijpkema,
De zaak is voor de verzekeraars inhoudelijk behandeld door mr. Rijpkema voornoemd en mr. A.C. van der Salm.
tegen

1.SION ZORG B.V.te Almere,

advocaat: mr. R. Zwiers,
2.
[bestuurder 1]te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. R. Zwiers,
en;
3.
[commissaris 1]te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. H.W.E. Vermeer,
4.
[bestuurder 2]te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H.W.E. Vermeer,
5.
[commissaris 2]te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H.W.E. Vermeer,
gedaagden,
hierna afzonderlijk te noemen: ‘Sion’, ‘Bestuurder 1’, ‘Commissaris 1’, ‘Bestuurder 2’ en ‘Commissaris 2’ en gezamenlijk ‘Sion c.s.’.

1.Inleiding

1.1.
De verzekeraars zijn zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij sluiten als zorgverzekeraar in gezamenlijkheid overeenkomsten met zorgaanbieders.
1.2.
Sion is een zorgaanbieder die (onder meer) wijkverpleging aanbiedt. Bestuurder 1 is de huidige bestuurder van Sion. Bestuurder 2 is bestuurder van Sion geweest. Commissaris 1 en Commissaris 2 zijn commissarissen geweest bij Sion.
1.3.
De verzekeraars en Sion hebben een betaalovereenkomst gesloten voor het jaar 2017 (hierna: de Betaalovereenkomst). Sion heeft uit hoofde van de Betaalovereenkomst voor het jaar 2017 voor een bedrag van € 4.143.669,24 aan declaraties ingediend bij de verzekeraars, die zij aan Sion hebben betaald. In 2019 wilden de verzekeraars onderzoeken of voornoemde gedeclareerde zorg feitelijk was geleverd en of op vergoeding van feitelijk geleverde zorg aanspraak bestond.
1.4.
De verzekeraars vorderen in deze procedure terugbetaling van het door hen over 2017 aan Sion betaalde bedrag, omdat zij menen dat Sion hen niet in staat heeft gesteld de rechtmatigheid van de declaraties vast te stellen en zij er daarom vanuit gaan dat voor betaling van de declaraties geen grond bestond. De verzekeraars stellen dat de (oud)bestuurders en twee van de drie (oud)commissarissen van Sion mede gehouden zijn de door het handelen van Sion veroorzaakte schade te vergoeden, omdat hen ten aanzien daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Sion c.s. heeft dit betwist.
1.5.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de verzekeraars terecht hebben willen onderzoeken of over 2017 aanspraak bestond op vergoeding van feitelijk geleverde zorg. Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele en wettelijke verplichtingen door niet (voldoende) mee te werken aan dit (materiële) onderzoek. De rechtbank komt verder tot het oordeel dat de (oud)bestuurders en -commissarissen van Sion hun taken ernstig hebben verwaarloosd, met als gevolg dat Sion declaraties heeft ingediend terwijl niet kan worden vastgesteld dat aanspraak bestond op vergoeding daarvan. Van deze gang van zaken binnen Sion kan hen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Sion c.s. is daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde declaraties aan de verzekeraars, althans voor vergoeding van de door dit een en ander veroorzaakte schade.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
  • de dagvaardingen van 22 april 2025 en 23 april 2025, zonder producties;
  • de akte overlegging producties van de verzekeraars, met producties 1 tot en met 29;
  • de conclusie van antwoord van Sion en Bestuurder 1, zonder producties;
  • de conclusie van antwoord van Commissaris 1, Bestuurder 2 en Commissaris 2, zonder producties;
  • het tussenvonnis van 24 september 2025, waarin een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald;
  • de akte houdende eiswijziging van 4 december 2025, met producties 30 tot en met 33.
2.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Partijen, behalve Commissaris 2 die niet is verschenen, en hun advocaten hebben hun standpunten toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en op elkaar kunnen reageren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat ter zitting is besproken.
2.3.
Ten slotte is een (nadere) datum voor vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Sion is opgericht bij notariële akte van oprichting van 9 september 2016. Bestuurder 1 en Bestuurder 2 zijn daarbij benoemd tot bestuurders van Sion.
3.2.
Sion heeft volgens haar omschrijving bij de Kamer van Koophandel als activiteit:
“a. het (doen) verlenen van zorg en welzijn, waaronder het verzorgen van de huishouding, persoonlijke verzorging, begeleiding, verpleging en/of behandeling en het bieden van verblijf al dan niet op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Wet Langdurige Zorg, de Zorgverzekeringswet en eventueel opvolgende wetten; b. het beheren en exploiteren van een (zorg)instelling die is toegelaten conform de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi).”
3.3.
Commissaris 1, Commissaris 2 en mevrouw [naam] zijn per datum oprichting van Sion aangesteld als commissarissen.
De Betaalovereenkomst
3.4.
De verzekeraars hebben voor het jaar 2017 de Betaalovereenkomst gesloten met Sion. De Betaalovereenkomst luidt als volgt, voor zover hier relevant:

Betaalovereenkomst Wijkverpleging 2017
Partijen:
(…)
Komen overeen dat de zorgaanbieder declaraties met betrekking tot Wijkverpleging die zijn uitgevoerd bij verzekerden van Zilveren Kruis rechtstreeks bij Zilveren Kruis [kan] aanleveren. Deze rechtstreekse aanlevering en uitbetaling is slechts mogelijk indien de zorgaanbieder voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in de betaalovereenkomst en het declaratieprotocol.
(…).
Definities
Zorgverzekeraarde verzekeringsonderneming(en) die als zodanig zijn toegelaten en verzekeringen in de zin van de Zorgverzekeringwet aanbieden en/of de verzekeraar die (een) aanvullende verzekering(en) op die zorgverzekering aanbied(t)(en) en die deze overeenkomst (is) (zijn) aangegaan.
(…).
Zorgaanbiederde natuurlijke of rechtspersoon die zorg verleent in de zin van de Zorgverzekeringswet en die geen zorgcontract heeft gesloten met Achmea dan wel degene die namens de natuurlijke of rechtspersoon deze zorg bij Achmea declareert en waar een betaalovereenkomst mee is afgesloten
(…).
Materiële controlede controle waarbij nagegaan wordt of de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en die geleverde prestatie uit het oogpunt van doelmatigheid en rechtmatigheid daarop naar aard en inhoud en omvang redelijkerwijze het meest was aangewezen gezien de gezondheidstoestand van verzekerde.
(…).
Artikel 1 Inhoud Pro van de overeenkomst
Partijen hebben afgesproken dat de zorgaanbieder, ondanks dat er geen inhoudelijke zorgovereenkomst is gesloten met de zorgverzekeraar, niettemin rechtstreeks declaraties kan en mag indienen bij Zilveren Kruis vanaf 01-01-2017.
(…).
Artikel 2 Declaratieafspraken Pro
De specifieke bepalingen omtrent declaraties en betalingen zijn verder uitgewerkt in het declaratieprotocol Zilveren Kruis. Het meest recente declaratieprotocol kunt u downloaden (…).
Deze betaalovereenkomst is van toepassing op behandelingen die zijn gestart in 2017. Zorgverlening aan de verzekerde die valt binnen zijn of haar verzekering leidt tot het ontstaan van een rechtstreekse schuld van Zilveren Kruis aan de zorgaanbieder.
(…).
Indien de zorgaanbieder een declaratie heeft ingediend voor niet verzekerden en/of onrechtmatige zorgverlening dan komt de nota niet voor vergoeding in aanmerking. Een reeds betaalde nota zal worden teruggevorderd (…).
Artikel 3 Kwaliteit Pro
De instelling dient overeenkomstig de Wet Toelating Zorginstellingen te zijn toegelaten en draagt er zorg voor dat de zorg alleen door haar zelf geleverd wordt met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving waaronder begrepen (…).
De geleverde zorg waarvan de instelling uitbetaling vraagt dient verzekerde zorg te zijn conform de polisvoorwaarden van de verzekerde. Alleen die verzekerde zorg komt voor uitbetaling in aanmerking. Dit betekent onder meer dat de geleverde zorg rechtmatig en doelmatig dient te zijn en conform de stand van wetenschap en praktijk. Ook de overige polisvoorwaarden, zoals (…), zijn van toepassing. De instelling dient dus kennis te dragen van de voor de betreffende verzekerde geldende polisvoorwaarden en deze gelden onverkort voor de declaraties en uitbetalingen onder deze overeenkomst.
Artikel 4 Controle Pro
Partijen verschaffen elkaar alle inlichtingen die zij redelijkerwijs nodig hebben voor een inzicht in de nakoming van hun in deze overeenkomst aangegane verplichtingen.
Zilveren Kruis voert formele en materiele controle en fraudeonderzoek uit overeenkomstig de regels zoals gesteld bij of krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Zorgverzekeringswet, de Regeling zorgverzekering. Daarnaast controleert Zilveren Kruis op de geleverde zorg die zijn grondslag vindt in de aanvullende verzekering(en).
(…).
Artikel 5 Te Pro nemen maatregelen bij uitkomsten controle
1. Afhankelijk van de ernst en zwaarte van het geconstateerde feit kan Zilveren Kruis overwegen één of meer van de volgende acties te nemen (deze opsomming is niet limitatief):
(…).
Het terugvorder[en] van (een deel van) het bedrag aan onrechtmatig en/of ondoelmatig bestempelde declaraties en de onderzoekskosten (…) - een en ander door Zilveren Kruis te bepalen – al dan niet via verrekening met nog openstaande dan wel toekomstige declaraties. Voor de termijn waarbinnen de terugvordering wordt ingesteld wordt aangesloten bij het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek.
(…).”
3.5.
Sion heeft over het jaar 2017 voor een bedrag van € 4.143.669,24 aan declaraties ingediend bij de verzekeraars en de verzekeraars hebben deze declaraties aan Sion betaald.
3.6.
Per 1 januari 2019 is Bestuurder 2 afgetreden als bestuurder van Sion.
3.7.
In een ‘
Specifiek Controleplan Materiële Controle Sion Zorg B.V.’ (hierna: het Controleplan) van 15 april 2019 hebben de verzekeraars aan Sion geschreven dat zij is geselecteerd voor een materiële controle, omdat niet zeker is of de zorg die Sion over 2017 heeft gedeclareerd, rechtmatig is. De verzekeraars hebben alle declaraties van alle (wijk)zorgaanbieders over 2017 gecontroleerd. De door Sion ingediende declaraties zijn daarbij opgevallen, omdat uit een risicoanalyse blijkt dat Sion (i) ten opzichte van het landelijke gemiddelde 3,4 zoveel heeft gedeclareerd en (ii) voor € 25.030,50 aan dubbele prestaties heeft gedeclareerd.
a. De verzekeraars willen een materiële controle uitvoeren naar de rechtmatigheid van de gedeclareerde prestaties, omdat zij wettelijk verplicht zijn om te controleren of:
  • i) de gedeclareerde prestatie daadwerkelijk is geleverd (feitelijke levering) en;
  • ii) de geleverde zorg het meest aangewezen is gezien de gezondheidstoestand van de verzekerde (terechte levering).
Om de rechtmatigheid van de controlepunten
feitelijkeen
terechtelevering vast te kunnen stellen, willen de verzekeraars beoordelen of voor elke cliënt een actueel en volledig zorgdossier beschikbaar is dat voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. Als dit niet het geval is, leidt dit geheel of gedeeltelijk tot de beoordeling ‘onrechtmatig’.
De materiële controle begint met een procesgesprek met de bestuurder(s) van Sion. De verzekeraars nodigen Sion daarvoor uit en verzoeken haar voorafgaand aan dit gesprek de
Administratieve Organisatie / Interne controle(hierna: AO/IC) op te sturen, zodat de verzekeraars een goed beeld hebben van de structuur en de processen binnen Sion.
In het Controleplan is een stroomschema opgenomen waaruit blijkt welke mogelijke vervolgstappen er zijn. De verzekeraars bevestigen dat er hoor en wederhoor zal zijn en dat de controle zal worden afgerond met hun definitieve bevindingen, met vermelding van de eventuele (financiële) gevolgen van de controle.
De verzekeraars geven achtergrondinformatie en leggen uit waarom de rechtmatigheid wordt beoordeeld aan de hand van (inzage in) de cliëntendossiers: daarin staan de afspraken tussen Sion en de cliënt over de te leveren zorg, hoe die zorg door Sion wordt geleverd en of Sion die acties werkelijk heeft uitgevoerd. Er zal een detailcontrole worden uitgevoerd als de verzekeraars na het procesgesprek onvoldoende zekerheid hebben over de feitelijke en/of terechte levering.
De verzekeraars wijzen erop dat zij de privacy van de cliënten van Sion garanderen, omdat voor hun medewerkers het beroepsgeheim van de medisch adviseur geldt en dat Sion is verschoond van het medisch beroepsgeheim en zonder toestemming van de cliënt inzage kan geven in delen van het patiëntendossier die relevant zijn voor het controledoel op grond van (onder meer) artikel 86 tot Pro en met 93a Zvw. De verzekeraars houden zich aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens en zullen zo min mogelijk persoonsgegevens gebruiken voor de controle, aldus steeds de verzekeraars in het Controleplan.
3.8.
Op 30 april 2019 is Commissaris 1 afgetreden als commissaris van Sion.
3.9.
Op 8 mei 2019 is Commissaris 2 afgetreden als commissaris van Sion.
3.10.
Op 9 mei 2019 heeft het procesgesprek plaatsgevonden. Bestuurder 1 is als bestuurder van Sion bij dit gesprek aanwezig geweest. Sion heeft de AO/IC niet van tevoren aan de verzekeraars opgestuurd.
3.11.
Bij brief van 28 mei 2019 aan Sion hebben de verzekeraars geschreven dat het procesgesprek onvoldoende zekerheid biedt over de feitelijke en terechte levering van de declareerde zorg. De verzekeraars schrijven onder meer aan Sion dat:
Sion niet beschikt over de vereiste AO/IC;
onduidelijk is wie de te declareren uren registreert;
onvoldoende zeker is of de vereiste indicaties op juiste wijze worden vastgesteld;
Sion niet heeft aangetoond dat zij controles uitvoert of beheersmaatregelen treft;
geïndiceerde zorg wordt gedeclareerd in plaats van de feitelijk geleverde zorg;
er twijfel bestaat over de actualiteit van de indicaties;
de wijze van rapporteren zorgt voor twijfel over de actualiteit en volledigheid;
onvoldoende zeker is of Sion toetst of de geleverde zorg nog past bij de cliënt;
De verzekeraars schrijven verder dat het afwijkende declaratiegedrag van Sion na het procesgesprek nog onvoldoende is verklaard. Bestuurder 1 heeft tijdens het procesgesprek verteld dat het afwijkende declaratiegedrag mogelijk wordt veroorzaakt door slechts een paar van de 62 onderaannemers waarvoor Sion declaraties heeft ingediend. Daarom verzoeken de verzekeraars Sion om in een beveiligd portaal per cliënt in te vullen welke onderaannemer heeft gedeclareerd, zodat het onderzoek zich kan richten op zorg die is verleend door bepaalde zorgverleners.
3.12.
Uit de daarop volgende correspondentie in de periode van 2 juni 2019 tot en met 7 augustus 2019 volgt dat:
Sion onderkent dat zij gehouden is mee te werken aan een materiële controle, maar zich op het standpunt stelt dat de verzekeraars hun controledoelen zo nauwkeurig mogelijk moeten vaststellen en alleen gericht informatie mogen opvragen. Sion wil weten wat de cijfermatige indicatoren waren die aanleiding gaven voor onderzoek en of sprake is van een structureel patroon of van incidentele uitschieters. De verzekeraars moeten eerst specifiek aangeven welke declaraties aanleiding geven voor onderzoek en mogen slechts naar die declaraties onderzoek doen, aldus Sion en;
de verzekeraars onder verwijzing naar het Controleplan hebben toegelicht, althans hebben herhaald, dat (en waarom) Sion volgens hen de gevraagde informatie behoort te verstrekken.
3.13.
Sion heeft niet gereageerd op de bevindingen van de verzekeraars en heeft geen lijst verstrekt waarop per cliënt is aangegeven welke onderaannemer zorg heeft geleverd.
3.14.
Bij brief van 21 augustus 2019 hebben de verzekeraars geschreven dat zij zullen overgaan tot dossiercontrole op basis van een aselecte steekproef. Omdat Sion de verzekeraars niet in staat heeft gesteld het onderzoek te richten op bepaalde onderaannemers, zullen de verzekeraars geen rekening houden met de vraag welke zorgaanbieder zorg heeft verleend.
3.15.
Op 26 augustus 2019 heeft Sion herhaald dat de verzekeraars eerst moeten aangeven welke specifieke declaraties de aandacht hebben getrokken. Een dossiercontrole op basis van een steekproef is niet representatief en de conclusie die daaruit volgt zal op voorhand worden verworpen, aldus Sion.
3.16.
Op 4 september 2019 hebben de verzekeraars geschreven dat zij constateren dat Sion weigert mee te werken aan de materiële controle en Sion een laatste kans geboden om een lijst met onderaannemers aan te leveren, bij gebreke waarvan zij een eindconclusie zullen opstellen. In dat geval kan niet worden vastgesteld of de ingediende declaraties terecht zijn betaald en zal de hele omzet over 2017 (€ 4.143.669,24) worden teruggevorderd.
3.17.
Bij brief van 3 oktober 2019 hebben de verzekeraars geschreven dat zij geen reactie hebben ontvangen en (dus) tot de conclusie komen dat zij onvoldoende zekerheid hebben over de feitelijke en terechte levering van de door Sion gedeclareerde zorg over 2017. De verzekeraars beschouwen de omzet over 2017 van Sion als onrechtmatig en het bedrag van € 4.143.669,24 als onverschuldigd betaald. De verzekeraars herhalen dat zij hun wettelijke controleplicht uitvoeren en dat Sion verplicht is een administratie te voeren waaruit blijkt welke zorg er is geleverd, aan wie en wanneer. Omdat de verzekeraars niet met zekerheid kunnen vaststellen dat de zorg rechtmatig is geleverd, betekent dit dat het gaat om onterecht uitbetaalde zorg en daarom zullen zij dat wat onverschuldigd is betaald verhalen op Sion. De verzekeraars vragen om een reactie uiterlijk op 17 oktober 2019.
3.18.
Bij brief van 18 oktober 2019 aan Sion hebben de verzekeraars terugbetaling gevorderd van Sion van een bedrag van € 4.143.669,24.
3.19.
Op 3 januari 2020 heeft Sion aan de verzekeraars geschreven dat zij de vordering verwerpt, omdat de verzekeraars niet hebben vastgesteld en niet voldoende zorgvuldig hebben onderzocht of de zorg door de onderaannemers van Sion werkelijk en deugdelijk is geleverd. De gedeclareerde diensten zijn geleverd en voldoen aan de eisen, aldus Sion.
3.20.
Bij brief van 7 oktober 2022 hebben de verzekeraars Sion gesommeerd een bedrag van € 4.143.669,24 terug te betalen. Sion heeft dit niet gedaan.
3.21.
Op 17 augustus 2023 heeft de Inspectie Gezondheidszorg (‘IGJ’) een inspectiebezoek gebracht aan Sion. De reden hiervoor was dat Sion in een steekproef viel voor toezicht op zeer kleine zorgaanbieders van wijkverpleging. In het rapport van november 2023 staat dat de inspecteurs hebben getoetst of Sion zorg levert volgens de toepasselijke wetgeving, professionele standaarden, veldnormen en het kwaliteitskader en dat zij daarom gesprekken hebben gevoerd met de bestuurder, drie zorgverleners, één cliënt en twee mantelzorgers en inzage hebben gehad in drie zorgdossiers en beleidsdocumenten. De inspecteurs stellen vast dat er bij Sion 6 zorgverleners beschikbaar zijn als zzp’er, waaronder de bestuurder zelf, en dat Sion op de bezoekdag zorg heeft geleverd aan 4 cliënten die zorg ontvangen vanuit de Zvw. Vanaf juni 2023 is het aantal cliënten afgenomen van 23 naar 4. De IGJ concludeert onder meer dat:
  • Sion niet voldoet aan de getoetste normen;
  • de kwaliteit en veiligheid van de zorg risicovolle tekortkomingen laat zien;
  • de inspectie geen vertrouwen heeft in de wijze waarop Sion stuurt op de kwaliteit en veiligheid van zorg;
  • actuele zorgbehoeften van cliënten niet goed in beeld zijn;
  • er onvoldoende zorgverleners zijn om de continuïteit van zorg zorgvuldig te organiseren;
  • er ongeldige indicaties aanwezig zijn;
  • zorgverleners niet zelf over de zorgverlening bij de cliënten rapporteren, maar dat de bestuurder dit doet;
  • rapportages over zorgmomenten nagenoeg gelijk zijn.
3.22.
Bij afzonderlijke deurwaardersexploten van 29 april 2024, 13 mei 2024 en 1 augustus 2024 hebben de verzekeraars de brief van 7 oktober 2022 (r.o. 3.20) laten betekenen aan Sion en haar (oud)bestuurders en -commissarissen. Daarbij is aan hen meegedeeld dat Sion zorg in rekening heeft gebracht, terwijl geen recht op vergoeding daarvan bestond en dat de (oud)bestuurders verwijtbaar hebben gehandeld door Sion er niet van te weerhouden declaraties in te dienen waarop geen aanspraak bestond. De verzekeraars stellen Sion c.s. hiervoor persoonlijk aansprakelijk en sommeren hen om € 4.143.669,24 te voldoen. [1]
3.23.
Bij brief van 26 mei 2024 heeft Bestuurder 1 geschreven dat haar niets kan worden verweten en dat zij bereid is alsnog informatie te verstrekken.
3.24.
Bij e-mailbericht van 18 juni 2024 hebben de verzekeraars Bestuurder 1 verzocht de gevraagde gegevens binnen één week te verstrekken. Omdat Bestuurder 1 laat weten meer tijd nodig te hebben, wordt deze termijn verlengd naar 5 juli 2024.
3.25.
Bij e-mailbericht van 1 juli 2024 aan de verzekeraars heeft Bestuurder 1 geschreven dat zij toch niet in staat is de gevraagde informatie aan te leveren. Dit omdat documenten verloren zijn gegaan door wateroverlast en haar medebestuurder bij haar vertrek documenten heeft meegenomen. Bestuurder 1 schrijft dat het (digitale) systeem inmiddels is afgesloten en dat zij DinZ [2] heeft gevraagd informatie over de onderaannemers terug te halen en aan haar toe te sturen.
3.26.
Sion (althans Bestuurder 1 namens Sion) heeft de verzekeraars niet voorzien van informatie. De verzekeraars hebben ook niets vernomen van Bestuurder 2 en/of Commissaris 1 en Commissaris 2.

4.Het geschil

4.1.
De verzekeraars vorderen na eiswijziging, samengevat, dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Sion c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan de verzekeraars van:
primair een bedrag van € 4.143.669,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018 tot aan de datum van algehele voldoening;
subsidiair een bedrag van € 2.924.942,99 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2018 tot de datum van algehele voldoening,
met veroordeling van Sion c.s. in de proceskosten (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van het vonnis.
4.2.
De verzekeraars leggen het volgende aan de vordering ten grondslag. Op grond van artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) schiet Sion tekort in de nakoming van haar verplichtingen uit de Betaalovereenkomst door niet mee te werken aan een materiële controle en geen informatie te verschaffen, terwijl zij daartoe (ook wettelijk) gehouden is. De verzekeraars kunnen niet vaststellen dat Sion over het jaar 2017 aanspraak had op de betaalde declaraties. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat die aanspraak niet bestond. Dit betekent dat de verzekeraars onverschuldigd hebben betaald aan Sion (artikel 6:203 BW Pro). Sion heeft daarnaast onrechtmatig gehandeld door zorg in rekening te brengen waarvan zij wist of behoorde te weten dat zij geen aanspraak had op de betaling van de betreffende declaraties (artikel 6:162 BW Pro). De (oud)bestuurders en -commissarissen van Sion hebben hun taak zodanig onzorgvuldig vervuld, dat hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 6:162 BW Pro en/of artikel 6:166 lid 1 BW Pro jo artikel 2:9 BW Pro). Sion c.s. is hoofdelijk gehouden het door de verzekeraars onverschuldigd aan Sion betaalde bedrag terug te betalen, althans de door de verzekeraars geleden schade te vergoeden.
4.3.
Sion c.s. voert verweer. Sion en Bestuurder 1 concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de verzekeraars in hun vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de verzekeraars in de kosten van deze procedure (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijke rente. Subsidiair concluderen zij tot matiging van de gevorderde bedragen. Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de verzekeraars in hun vorderingen, dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de verzekeraars in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Geen verjaring
5.1.
Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben, als meest verstrekkende verweer, een beroep gedaan op verjaring van de rechtsvorderingen van de verzekeraars jegens hen. De rechtbank zal hier eerst op ingaan.
5.2.
Sion onderkent dat de verjaringstermijn van de vordering van de verzekeraars op haar is aangevangen per 15 april 2019 en is gestuit op 7 oktober 2022 en 29 april 2024. Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 voeren aan dat de betalingen in 2017 zijn verricht en er vijf jaren waren verstreken op het moment dat de onderhavige procedure jegens hen werd gestart.
5.3.
Het beroep op verjaring slaagt niet. Op grond van het bepaalde in artikel 3:309 BW Pro geldt voor de vordering uit onverschuldigde betaling, voor zover het verjaringsberoep ook hier betrekking op heeft, dat de verjaringstermijn pas aanvangt als de schuldeiser bekend is met het bestaan van de vordering. Uit artikel 3:310 BW Pro volgt dat de verjaring van een vordering tot betaling van schadevergoeding pas aanvangt als de schuldeiser bekend is met de schade. Gesteld noch gebleken is dat de verzekeraars eerder bekend zijn geraakt met het feit dat de declaraties over 2017 niet voor vergoeding in aanmerking kwamen, dan bij het onderzoek dat is aangevangen in april 2019. Gedurende dit onderzoek zijn de verzekeraars tot de conclusie gekomen dat zij onvoldoende zekerheid hebben over de feitelijke en terechte levering van de gedeclareerde zorg en dus dat zij een vordering op Sion hebben uit onverschuldigde betaling, dan wel dat zij schade hebben geleden. Dit hebben zij op 3 oktober 2019 aan Sion gemeld, waarna zij op 18 oktober 2019 terugbetaling hebben gevorderd van het bedrag van € 4.143.669,24 (r.o. 3.17 en 3.18). Ervan uitgaande dat de verjaringstermijn is aangevangen op eerstgenoemde datum, was de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verstreken op het moment dat de verzekeraars Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 aansprakelijk stelde in de periode van 29 april 2024 tot en met 1 augustus 2024 (r.o. 3.22). Dat Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 toen inmiddels uit functie waren, doet hier niet aan af. De gestelde aansprakelijkheid betreft immers feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2017, toen zij bestuurder respectievelijk commissarissen van Sion waren.
Sion had moeten meewerken aan het materiële onderzoek
5.4.
De rechtbank komt nu toe aan de vraag of Sion voldoende heeft meegewerkt aan de materiële controle die de verzekeraars in 2019 wilden uitvoeren betreffende het jaar 2017.
5.5.
In het kader van de uitvoering van de Zvw zijn zorgverzekeraars bevoegd en verplicht om, in overeenstemming met de bepalingen van de Zvw, het Besluit Zorgverzekering, de Regeling zorgverzekering (Rzv) en de Wet marktordening gezondheidszorg, onder meer materiële controles bij zorgaanbieders uit te voeren. Een materiële controle is een onderzoek waarbij de zorgverzekeraar nagaat of de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en of die geleverde prestatie het meest voor de hand lag, gelet op de gezondheidstoestand van de verzekerde. De controles dienen ertoe de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door zorgverleners in rekening gebrachte prestaties te beoordelen.
5.6.
Het uitvoeren van deze controletaak kan ertoe leiden dat een zorgverzekeraar persoonsgegevens (zoals patiëntgegevens) moet inzien. De bepalingen uit de Rzv (in het bijzonder artikel 7.5 tot en met 7.8 in combinatie met artikel 87 Zvw Pro) geven zorgverzekeraars de volgens de Wet bescherming persoonsgegevens noodzakelijke juridische grondslag om formele en materiële controles uit te voeren ten behoeve van de in de Rzv opgenomen doelen. Daarnaast bieden deze bepalingen het noodzakelijke en wettelijke voorschrift voor de zorgverlener om het medische beroepsgeheim te doorbreken.
5.7.
Tussen partijen is niet in geschil dat Sion verplicht is om op verzoek van een zorgverzekeraar mee te werken aan een materiële controle. Het standpunt van Sion c.s. komt erop neer dat Sion heeft meegewerkt, althans dat zij pas volledige medewerking had hoeven verlenen aan het materiële onderzoek als de verzekeraars hun stelling dat sprake is van afwijkend declaratiegedrag nader hadden onderbouwd. Dit standpunt gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op.
5.8.
In 2019 hebben de verzekeraars alle ingediende declaraties over het jaar 2017 van alle erkende instellingen met een Betaalovereenkomst Wijkverpleging, zoals Sion, gecontroleerd. In het kader van dit onderzoek is vastgesteld dat Sion ten opzichte van het landelijke gemiddelde 3,4 keer zoveel heeft gedeclareerd en voor € 25.030,50 aan dubbele prestaties heeft gedeclareerd. In het licht hiervan waren er naar het oordeel van de rechtbank voor de verzekeraars goede gronden om Sion om verduidelijking te vragen.
5.9.
De verzekeraars hebben in het Controleplan:
een controledoel opgenomen (controleren of de gedeclareerde zorg feitelijk en terecht is geleverd);
gerefereerd aan een algemene risicoanalyse op basis waarvan het afwijkende declaratiegedrag van Sion is geconstateerd;
toegelicht dat Sion vanwege deze bevindingen is geselecteerd voor een materiële controle;
uitgelegd dat de rechtmatigheid van declaraties wordt beoordeeld aan de hand van (inzage in) cliënten(zorg)dossiers, omdat daarin de afspraken tussen Sion en de cliënt staan over de te leveren zorg, hoe die zorg door Sion wordt geleverd en of Sion die afspraken werkelijk heeft uitgevoerd;
Sion erop gewezen dat tot onrechtmatigheid van declaraties kan worden geconcludeerd als de cliëntendossiers niet voldoen aan de eisen en;
aangekondigd dat er een detailcontrole zal worden uitgevoerd als na het procesgesprek onvoldoende zekerheid is over de feitelijke en/of terechte levering.
Na het procesgesprek hebben de verzekeraars bevestigd dat er onvoldoende zekerheid was over de feitelijke en terechte levering van de gedeclareerde zorg en Sion gevraagd het afwijkende declaratiegedrag te verklaren. Die verklaring is uitgebleven.
5.10.
Met het voorgaande hebben de verzekeraars naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de toepasselijke wet- en regelgeving. Om voldoende zekerheid te verkrijgen als bedoeld in artikel 7.5 lid 1 Rzv stond het de verzekeraars op grond van de toepasselijke regelgeving vrij Sion vragen te stellen. Met de verzekeraars is de rechtbank van oordeel dat de door Sion aangevoerde verklaringen over de door haar ingediende declaraties in 2017, voor zover die wezenlijk zijn gegeven, niet bevredigend waren ter verklaring van het afwijkende declaratiegedrag. Daarvoor is het volgende relevant.
5.11.
Omdat er voor de verzekeraars een concrete aanleiding was voor het instellen van een materieel onderzoek, waren zij zonder meer gerechtigd nadere informatie op te vragen bij Sion. Het lag dan ook op de weg van Sion om (inhoudelijk) te reageren op de bevindingen van de verzekeraars en het afwijkende declaratiegedrag te verklaren. Zij is daartoe meermaals in de gelegenheid gesteld, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Sion heeft immers niet voorafgaand aan het procesgesprek de opgevraagde AO/IC verstrekt, heeft tijdens het procesgesprek geen afdoende antwoord gegeven op de vragen van de verzekeraars en heeft daarna niet inhoudelijk gereageerd op de bevindingen van de verzekeraars of ook maar een begin van inzicht in de achtergrond van haar declaraties gegeven. Al met al heeft Sion niet veel meer naar voren gebracht dan dat een vraag naar alle onderaannemers volgens haar niet relevant, althans niet gericht en zodoende niet gerechtvaardigd is. Met dit standpunt miskent Sion echter dat het aan de verzekeraars is om uitvoering te geven aan hun wettelijke taak en hun onderzoek in te richten zoals zij dat plegen te doen. Het standpunt van Sion gaat ook voor het overige niet op, omdat uit het Controleplan blijkt waar het materiële onderzoek op ziet en omdat de verzekeraars naar aanleiding van de toelichting van Bestuurder 1 (r.o. 3.11) hebben gevraagd om een overzicht van de onderaannemers en de door hen gedeclareerde zorg per verzekerde, zodat hun onderzoek zich kon richten op
bepaaldezorgverleners.
5.12.
Het betoog van Sion dat haar niet te verwijten valt dat zij niet volledig heeft meegewerkt aan het materiële onderzoek omdat zij is gestuit op praktische belemmeringen zoals het vertrek van Bestuurder 2 en het niet kunnen verkrijgen van toegang tot relevante digitale bestanden waarin de onderaannemers hun prestaties hebben verantwoord, slaagt niet. Uit niets blijkt dat Sion werkelijk heeft willen meewerken aan het onderzoek van de verzekeraars. Sion heeft immers steeds niet inhoudelijk gereageerd op de berichten van de verzekeraars, ook niet nadat zij daarvoor een laatste kans had gekregen en zelfs niet nadat duidelijk werd dat haar mogelijk een zeer aanzienlijke vordering van € 4.143.669,24 boven het hoofd hing. Dat er in het geheel geen toegang was tot (relevante) informatie is ook niet aannemelijk. Per slot van rekening heeft de IGJ in 2023 wel inzage gehad in zorgdossiers en beleidsdocumenten en gesproken met onderaannemers en cliënten van Sion die de IGJ van informatie hebben voorzien (r.o. 3.21). Uit de correspondentie tussen Sion en de verzekeraars blijkt dat de verzekeraars zich in de periode na het bezoek van de IGJ, aan wie Sion inmiddels informatie had verschaft, wederom bereidwillig hebben getoond (r.o. 3.24), maar ook dat heeft Sion c.s. er niet toe kunnen bewegen om ook maar iets van informatie te verstrekken. Dat Sion haar 63 onderaannemers en DinZ heeft aangeschreven met het verzoek haar te helpen bij het vergaren van de door de verzekeraars verlangde informatie, zoals Sion heeft aangevoerd, blijkt ook niet uit het dossier. Sion c.s. heeft geen afschriften overgelegd van deze berichten of de reacties die hierop zouden zijn ontvangen. Kortom, ook in deze procedure blijven antwoorden van de zijde van Sion achterwege en biedt zij geen enkel inzicht in (de rechtmatigheid van) de door haar gedeclareerde zorg over 2017.
5.13.
Bij deze stand van zaken kan tot geen andere conclusie worden gekomen dan dat de verzekeraars terecht het standpunt hebben ingenomen dat zij vanwege het ontbreken van medewerking van Sion niet hebben kunnen vaststellen dat de over 2017 gedeclareerde (en uitbetaalde) zorg feitelijk en terecht is geleverd. De verzekeraars hebben Sion c.s. in gebreke gesteld en een redelijke termijn gegeven om alsnog haar verplichtingen na te komen. Hieraan is geen gehoor gegeven.
5.14.
In de Betaalovereenkomst is overeengekomen dat:
  • het Sion is toegestaan onder de zorgverzekering gedekte zorg over 2017 rechtstreeks te declareren (artikel 1);
  • door de verzekeraars verrichte betalingen kunnen worden teruggevorderd voor declaraties die Sion heeft ingediend voor niet-verzekerden en/of onrechtmatige zorgverlening die niet voor vergoeding in aanmerking komen (artikel 2);
  • Sion zorg dient te leveren met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en dat dit verzekerde zorg moet zijn in de zin van de polisvoorwaarden (artikel 3);
  • contractspartijen elkaar alle inlichtingen verschaffen die zij redelijkerwijs nodig hebben voor (het verkrijgen van) inzicht in de nakoming van hun verplichtingen (artikel 4);
  • de verzekeraars bevoegd zijn een materiële controle te verrichten (artikel 4);
  • de verzekeraars (een deel van) het bedrag kunnen terugvorderen van declaraties die zij als onrechtmatig hebben bestempeld (artikel 5).
5.15.
Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de Betaalovereenkomst door ten onrechte niet (voldoende) mee te werken aan het materiële onderzoek, waartoe zij bovendien verplicht was op grond van de Zvw en Rzv. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat de aanspraak op de door de verzekeraars aan haar betaalde zorgdeclaraties over 2017 in ieder geval voor een deel niet bestond en dat de verzekeraars over het jaar 2017 gedeeltelijk zonder rechtsgrond aan Sion hebben betaald. Uit de Betaalovereenkomst volgt immers uitdrukkelijk dat alleen declaraties kunnen worden ingediend voor zorg die voor vergoeding in aanmerking komt. Sion c.s. heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat het enkele feit dat zorg is gedeclareerd in strijd met de Betaalovereenkomst in beginsel voldoende is om de (betaling van) de betreffende declaraties terug te vorderen op basis van onverschuldigde betaling. Dit betekent dat de verzekeraars zich uit hoofde van onverschuldigde betaling kunnen verhalen op Sion. Voor welk bedrag de verzekeraars Sion kunnen aanspreken komt aan de orde in r.o. 5.36 e.v. hierna.
De verzekeraars kunnen zich ook verhalen op de twee (oud)bestuurders
5.16.
De verzekeraars hebben betoogd dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2 als bestuurders van Sion onrechtmatig jegens de verzekeraars hebben gehandeld. Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar wettelijke en contractuele verplichtingen en daarvan kan Bestuurder 1 en Bestuurder 2 volgens de verzekeraars persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben dat betwist. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
5.17.
Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Op basis van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn er verschillende categorieën van bestuurdersaansprakelijkheid te onderscheiden. Eén van de categorieën betreft de situatie dat een bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, terwijl de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden. Vereist is dat de bestuurder van de gang van zaken een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
5.18.
Als toegelaten instelling die gerechtigd was tot het leveren van zorg aan patiënten die hier op grond van de Wet langdurige zorg op aangewezen zijn, had Sion diverse verplichtingen. Naast het leveren van verantwoorde zorg en het systematisch bewaken van de kwaliteit van de verleende zorg, moest Sion onder meer een deugdelijke administratie voeren waaruit per patiënt blijkt welke verrichtingen zijn uitgevoerd. Ook moest Sion een toezichthoudend orgaan instellen en de toedeling van verantwoordelijkheden binnen Sion schriftelijk vastleggen. Verder gold de verplichting om alleen zorg te declareren ter zake waarvan aanspraak op betaling gemaakt kan worden.
5.19.
Van een bestuurder van een professionele zorgaanbieder als Sion mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de verplichtingen die rusten op een toegelaten zorginstelling en van de voorwaarden waaronder de zorg kan worden gedeclareerd. Ook mag van een bestuurder van een zorgaanbieder worden verwacht dat hij zodanig zicht heeft op de bedrijfsvoering, de administratie en de declaraties, dat hierover deugdelijk verantwoording kan worden afgelegd als daarom wordt verzocht. Dit geldt bovenal nu de zorg wordt gefinancierd uit publieke middelen. Dit brengt mee dat een hoge mate van professionaliteit van bestuurders mag worden verwacht, zodat de zorg volgens de wettelijke en contractuele regels wordt uitgevoerd en de beperkte financiën doelmatig worden besteed.
5.20.
De rechtbank is van oordeel dat Sion, ondanks voormelde (maatschappelijke) belangen, haar contractuele verplichtingen jegens de verzekeraars en haar wettelijke verplichtingen heeft geschonden (r.o. 5.15 en r.o. 5.18). Over het verwijt dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2 kan worden gemaakt van de tekortkomingen van Sion overweegt de rechtbank als volgt.
5.21.
Bestuurder 1 heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij de door de onderaannemers in het administratieve systeem ingevoerde zorg bij de verzekeraars declareerde, zonder verdere controles uit te voeren. Verder is zij verschenen op het procesgesprek in mei 2019 en heeft zij gecorrespondeerd met de verzekeraars in verband met het materiële onderzoek dat de verzekeraars uitvoerden. Dat en op welke wijze Bestuurder 2 zich heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat Sion voldeed aan haar contractuele en wettelijke verplichtingen, is niet gesteld of gebleken.
5.22.
Het lag op de weg van de bestuurders van Sion om ervoor te zorgen dat de door Sion ingediende declaraties in overeenstemming waren met de voorwaarden van de Betaalovereenkomst en dat tijdens de materiële controle de informatie zou worden aangeleverd die de zorgverzekeraars nodig hadden om de rechtmatigheid van de declaraties te kunnen controleren. Voor Bestuurder 1 moet duidelijk zijn geweest dat Sion door voormelde wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg, geen zicht had op de juistheid en rechtmatigheid van die declaraties. Ook moet voor haar duidelijk zijn geweest dat het voor de verzekeraars door haar opstelling niet mogelijk was het materiële onderzoek uit te voeren. Bestuurder 2 is uit beeld gebleven en in januari 2019 afgetreden als bestuurder, terwijl uit haar toelichting ter zitting blijkt dat zij toen wist dat het onderzoek van de verzekeraars was aangekondigd. Ervan uitgaande dat Bestuurder 2 tot haar aftreden samen met Bestuurder 1 het beleid van Sion bepaalde, geldt hetgeen hiervoor over de wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg over Bestuurder 1 is overwogen ook voor haar.
5.23.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2 met hun handelwijze de verzekeraars hebben benadeeld en hiervan kan hen een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. De benadeling bestaat erin dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2:
over het jaar 2017 zorgkosten hebben gedeclareerd voor onderaannemers van Sion terwijl zij wisten of behoorden te weten dat niet was voldaan aan de (contractuele en/of wettelijke) voorwaarden voor het declareren van (al) die zorg en dat daardoor op Sion een terugbetalingsverplichting zou komen te rusten. Sion heeft de juistheid of rechtmatigheid van de declaraties van de onderaannemers van Sion immers nooit gecontroleerd en;
geen dan wel onvoldoende medewerking hebben verleend aan het materiële onderzoek van de verzekeraars en ook daarmee hebben bewerkstelligd of toegelaten dat Sion haar contractuele en wettelijke verplichtingen niet is nagekomen.
5.24.
Bestuurder 1 en Bestuurder 2 waren ermee bekend of hadden ermee bekend moeten zijn dat onder de Betaalovereenkomst ingediende declaraties worden uitbetaald en dat daarover daarna mogelijk nog verantwoording moet worden afgelegd. Het gaat om publiek geld dat bestemd is voor de vergoeding van zorg. Dit brengt met zich mee dat op de bestuurders van een toegelaten zorginstelling een verantwoordelijkheid rust om over de ontvangen gelden rekening en verantwoording af te leggen. Deze verantwoordelijkheid kunnen Bestuurder 1 en Bestuurder 2 niet ontlopen door:
  • erop te wijzen dat Sion de overeenkomst met DinZ is aangegaan onder de voorwaarde dat de onderaannemers zelf verantwoordelijk zouden zijn voor hun urenrapportages in de digitale omgeving (een afspraak die overigens niet uit de stukken blijkt) of;
  • de bestuurstaak neer te leggen, zoals Bestuurder 2 heeft gedaan, zonder ervoor zorg te dragen dat het materiële onderzoek deugdelijk kon worden voortgezet of;
  • aan te voeren dat er in 2017 geen enkele aanwijzing was dat de onderaannemers hun taken niet naar behoren en volgens de gehanteerde normen zouden hebben vervuld of;
  • erop te vertrouwen dat de verzekeraars hun controletaak adequaat uitvoeren bij initiële goedkeuring van de ingediende declaraties, zoals Bestuurder 1 zegt te hebben gedaan. De verzekeraars hebben onbetwist aangevoerd dat het, gezien de grote aantallen declaraties die zij verwerken, onmogelijk is om declaraties vóór uitbetaling daarvan te controleren. Het systeem van de Betaalovereenkomst behelst ook geen controle vooraf.
5.25.
Bestuurder 1 spreekt zichzelf ook tegen door aan te voeren dat Sion niet beschikt over informatie over de onderaannemers en er tegelijk op te wijzen dat zij “
alles op alles heeft gezet” en alle onderaannemers heeft aangeschreven met het verzoek Sion te helpen bij het verzoek van de verzekeraars. Als dit laatste werkelijk het geval is geweest, valt niet in te zien waarom Bestuurder 1 geen overzicht heeft verstrekt van de namen en e-mailadressen van de onderaannemers, waar de verzekeraars meermaals om hebben gevraagd in het kader van het materiële onderzoek.
5.26.
Voor zover Bestuurder 1 heeft willen bepleiten dat haar als bestuurder van Sion niet kan worden verweten dat zij heeft toegelaten dat Sion niet heeft meegewerkt aan het materiële onderzoek, omdat DinZ in het kader van de bescherming van de privacy heeft geweigerd inzage te verlenen in de digitale omgeving, gaat de rechtbank hier ook aan voorbij. Een zorgverzekeraar mag persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid die voor een zorgverzekeraar noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekering of van de Zvw, gebruiken voor het verrichten van een materiële controle en mag deze persoonsgegevens gebruiken voor het uitoefenen van verhaalsrecht (artikel 7.1 Rzv). Voor zover daarover bij (Sion dan wel) Bestuurder 1 enige twijfel had kunnen bestaan, is in het Controleplan toegelicht dat Sion verschoond is van het medisch beroepsgeheim en zonder toestemming van de patiënt inzage kan geven in delen van het patiëntendossier die relevant zijn voor het controledoel op grond van (onder meer) artikel 86 tot Pro en met 93a Zvw. Ook hebben de verzekeraars bevestigd dat zij zich houden aan de AVG en zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens. De verzekeraars hebben dit daarna nogmaals toegelicht. Voorts geldt dat, voor zover al sprake is van een weigerachtige houding van DinZ jegens Sion, dit de verzekeraars hoe dan ook niet regardeert: Sion is in zee gegaan met onderaannemers, maar dat ontslaat haar niet van haar wettelijke verplichtingen of contractuele verplichtingen jegens de verzekeraars.
5.27.
Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben verteld dat zij zelf ook werkzaam zijn geweest als zorgverlener en uren hebben geregistreerd in de digitale omgeving. Voor zover deze uren betrekking hadden op het jaar 2017 en de gedeclareerde bedragen, valt niet in te zien waarom Bestuurder 1 en Bestuurder 2 niet op zijn minst inzicht hebben gegeven in hun eigen gedeclareerde uren. De telefonische verzoeken die Sion volgens Bestuurder 1 van de verzekeraars heeft gehad om ruim 4 miljoen euro terug te betalen, hebben hen daartoe kennelijk ook niet kunnen aansporen.
5.28.
Kortom, Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben als (oud)bestuurders van Sion toegelaten dat Sion haar verplichtingen jegens de verzekeraars heeft geschonden. Voor Bestuurder 1 en Bestuurder 2 moet voorzienbaar zijn geweest dat de verzekeraars een vordering op Sion zouden verkrijgen wegens onterechte of oncontroleerbare declaraties. Daarvan valt hen persoonlijk een ernstig verwijt te maken. Geen redelijk denkend bestuurder had onder dezelfde omstandigheden kunnen veronderstellen dat Sion met de hiervoor beschreven handelwijze voldeed aan haar (contractuele en wettelijke) verplichtingen. Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben niet bestreden dat zij wisten of behoorden te begrijpen dat Sion geen verhaal zou bieden bij een terugbetalingsvordering of vordering tot schadevergoeding en dat de verzekeraars als gevolg van hun handelen schade zouden lijden. De verzekeraars kunnen daarom Bestuurder 1 en Bestuurder 2 ook aanspreken voor de door hen geleden schade.
De verzekeraars kunnen zich ook verhalen op de twee oud-commissarissen
5.29.
De verzekeraars stellen dat Commissaris 1 en Commissaris 2 ook persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt en dat zij door hun handelwijze als commissarissen van Sion zelfstandig onrechtmatig hebben gehandeld en/of onrechtmatig hebben gehandeld in groepsverband. De verzekeraars hebben uiteengezet dat Commissaris 1 en Commissaris 2 hun taken als commissarissen van Sion grovelijk hebben verwaarloosd en dat door hun handelen samen met Sion, Bestuurder 1 en Bestuurder 2, het risico op schade voor de verzekeraars is vergroot.
5.30.
Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben betwist dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan tekortschieten of het verwaarlozen van hun taak. Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben er daarnaast op gewezen dat zij uit functie waren toen de vordering jegens hen werd ingesteld en dat de voorafgaande correspondentie van de verzekeraars uitsluitend was gericht aan Sion en/of Bestuurder 1.
5.31.
Commissarissen kunnen (intern) jegens de vennootschap (artikel 2:9 BW Pro) of (extern) jegens derden (artikel 6:162 BW Pro) aansprakelijk zijn als zij hun taak niet naar behoren hebben vervuld en hen hiervan persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt, in die zin dat geen redelijk denkend commissaris onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld zou hebben. Of sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.
5.32.
Blijkens (artikel 9.10 en 9.11 van) de akte van oprichting van Sion (r.o. 3.1) hebben de commissarissen van Sion, kort gezegd, tot taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de zorgorganisatie als maatschappelijke onderneming en het geven van advies aan het bestuur. Bij het vervullen van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De commissarissen zijn bevoegd de boeken en bescheiden van de vennootschap in te zien en kunnen zich bij de uitoefening van hun taak laten bijstaan door deskundigen. Het bestuur en de commissarissen passen de Zorgbrede Governancecode toe. De commissarissen houden toezicht op onder meer:
  • de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van de zorgorganisatie;
  • de strategie en risico’s verbonden aan de activiteiten van de zorgorganisatie;
  • de kwaliteit en veiligheid van zorg;
  • de naleving van wet- en regelgeving;
  • het op passende wijze uitvoering geven aan de maatschappelijke doelstelling en verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie. De commissarissen bespreken minimaal eenmaal per jaar de strategie en voornaamste risico’s verbonden aan de zorgorganisatie.
5.33.
Commissaris 1 en Commissaris 2 moesten zich bij de vervulling van hun taak als commissaris van Sion richten naar het belang van de zorgorganisatie als maatschappelijke onderneming en moesten de daartoe in aanmerking komende belangen van de bij de zorgorganisatie betrokkenen afwegen. Commissarissen hebben een eigen verantwoordelijkheid om van het bestuur alle informatie te verlangen om hun taak als toezichthouder goed te kunnen uitoefenen. Dat Commissaris 1 en Commissaris 2 langs deze lijnen invulling hebben gegeven aan hun taak, blijkt nergens uit.
5.34.
Niet gesteld of anderszins gebleken is dat Commissaris 1 en Commissaris 2 het bestuur van Sion voldoende hebben gecontroleerd en tijdig (mogelijke) problemen binnen de zorgaanbieder hebben aangepakt. Commissaris 1 heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd toegelicht dat zij wel eens bij Sion op kantoor was en dan van de bestuurders te horen kreeg dat alles goed ging. Zij had er alle vertrouwen in dat het goed ging en keek niet in de administratie. Op het moment dat Commissaris 1 aftrad als commissaris van Sion, was zij ervan op de hoogte dat de verzekeraars de rechtmatigheid van de uitbetaalde declaraties over 2017 wilden onderzoeken. Dit, samen met het aftreden van Bestuurder 2, waren redenen om ermee te stoppen, aldus Commissaris 2 ter zitting.
5.35.
Hieruit is niet anders af te leiden dan een passieve houding van de(ze) commissarissen. Daarmee hebben Commissaris 1 en Commissaris 2 onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij niet hebben voldaan aan hun taakvervulling, zoals de verzekeraars hebben gesteld en onderbouwd. Commissaris 1 en Commissaris 2 hadden voorts adequater moeten reageren toen zij eenmaal bekend werden met het feit dat de verzekeraars de rechtmatigheid van de declaraties over 2017 wilden onderzoeken, temeer toen duidelijk werd dat Sion mogelijk een zeer aanzienlijk bedrag moest terugbetalen. In plaats daarvan hebben zij zich afzijdig gehouden en niets van zich laten horen, zelfs niet toen zij persoonlijk (hoofdelijk) werden aangesproken. Kortom, het toezicht van Commissaris 1 en Commissaris 2 op het bestuur van Sion heeft gefaald en eenmaal afgetreden hebben zij sterke risicosignalen genegeerd waardoor voor hen voorzienbaar was dat de verzekeraars een vordering op Sion zouden verkrijgen die Sion mogelijk niet zou kunnen voldoen. Deze vordering betreft de periode waarin Commissaris 1 en Commissaris 2 commissarissen van Sion waren. Van dit alles valt Commissaris 1 en Commissaris 2 persoonlijk een ernstig verwijt te maken. Geen redelijk denkend commissaris had onder dezelfde omstandigheden immers kunnen veronderstellen dat (het bestuur van) Sion voldeed aan haar (contractuele en wettelijke) verplichtingen of dat de wijze waarop Commissaris 1 en Commissaris 2 invulling gaven aan hun rol als commissarissen recht deed aan hun toezichthoudende taken en verplichtingen. Dit betekent dat de verzekeraars ook Commissaris 1 en Commissaris 2 kunnen aanspreken voor de door hen geleden schade.
Hoeveel moet worden terugbetaald c.q. wat is de omvang van de schade?
5.36.
De verzekeraars vorderen terugbetaling van primair het totaalbedrag dat zij aan Sion hebben betaald, derhalve € 4.143.669,24, en subsidiair het bedrag dat Sion in vergelijking met het landelijk gemiddelde in 2017 meer in rekening heeft gebracht, te weten
€ 4.143.669,24 -/- (€ 4.143.669,24 / 3,4 =) € 1.218.726,24, derhalve € 2.924.942,99.
5.37.
Zelfs als komt vast te staan dat Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de Betaalovereenkomst, rechtvaardigt dit volgens Sion c.s. geen volledige terugvordering van de gedeclareerde bedragen c.q. vergoeding van deze volledige bedragen als schadevergoeding. Sion c.s. bestrijdt dat Sion helemaal geen aanspraak had op vergoeding van de over 2017 gedeclareerde zorg en voert aan dat die zorg daadwerkelijk is verleend door Bestuurder 1, Bestuurder 2 en de onderaannemers als zorgverleners. Sion heeft de van de verzekeraars ontvangen bedragen doorbetaald aan de betreffende zorgverleners, bij de onderaannemers met inhouding van een met hen overeengekomen vergoeding van 1%. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
5.38.
Op grond van het door de verzekeraars uitgevoerde onderzoek in haar eigen administratie, moet het ervoor worden gehouden dat Sion over het jaar 2017 te veel heeft gedeclareerd. Dat Sion in het jaar 2017 in het geheel geen zorg heeft gedeclareerd die voor vergoeding door de verzekeraars in aanmerking kwam - en het totaalbedrag van de betaalde declaraties dus onverschuldigd zou zijn betaald - is onvoldoende onderbouwd. Door de houding van Sion c.s. tijdens de materiële controle van de zorgverzekeraars en ook in de onderhavige procedure is het voor de verzekeraars echter niet mogelijk om hun standpunt ter zake de onverschuldigde betaling nader te onderbouwen of te bewijzen welke declaraties wel en welke declaraties niet onverschuldigd zijn betaald. Een concrete betwisting door Sion c.s. van het standpunt van de verzekeraars op patiënt- of dossierniveau is immers uitgebleven. Bij die stand van zaken mogen de verzekeraars hun schade begroten op basis van een schatting op grond van gemiddelden. De verzekeraars hebben dat ook gedaan in hun subsidiair geformuleerde vordering. Sion c.s. bestrijdt niet dat Sion over het jaar 2017 ten opzichte van het landelijk gemiddelde 3,4 maal zoveel in rekening heeft gebracht en dat het verschil neerkomt op het door de verzekeraars berekende bedrag van € 2.924.942,99. De rechtbank zal dit subsidiair gevorderde bedrag daarom als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijzen. Sion moet dit bedrag terugbetalen omdat betaling daarvan door de verzekeraars als onverschuldigd wordt aangemerkt. Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 moeten dit bedrag aan Sion betalen als schadevergoeding, veroorzaakt door hun onrechtmatig handelen in hun hoedanigheid van bestuurders respectievelijk commissarissen van Sion.
5.39.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Geen matiging
5.40.
Sion en Bestuurder 1 hebben betoogd dat een aan de verzekeraars terug te betalen bedrag, althans een te betalen schadevergoeding, moet worden gematigd. Het terugvorderen van het volledige bedrag is volgens hen disproportioneel en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Sion en Bestuurder 1 zijn ook niet in staat dit bedrag te betalen. Volgens de verzekeraars is er geen grond voor matiging. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
5.41.
In artikel 6:109 lid 1 BW Pro is bepaald dat de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding kan matigen als toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden, waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Deze bepaling moet worden beschouwd als een bijzondere toepassing van de regeling van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 2 BW Pro). De in artikel 6:109 BW Pro neergelegde maatstaf noopt de rechter ertoe met terughoudendheid gebruik te maken van zijn bevoegdheid om te matigen.
5.42.
De rechtbank onderkent dat toewijzing van de vordering tot vergoeding van het hiervoor vastgestelde bedrag grote financiële gevolgen zal hebben voor Sion en Bestuurder 1 (evenals voor Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2). Voor de vraag of in het onderhavige geval ruimte is voor matiging, acht de rechtbank anderzijds van belang dat Sion en Bestuurder 1 zelf in de hand hebben gehad dat zij in deze situatie zijn beland. Sion en Bestuurder 1 wisten, of hadden moeten weten, waartoe Sion als toegelaten zorginstelling en contractspartij van de verzekeraars verplicht was, wat er van haar werd verwacht en wat de mogelijke consequenties zouden zijn als zij niet zou voldoen aan haar verplichtingen. Toch hebben zij de door haar onderaannemers ingediende declaraties nooit gecontroleerd en niet (voldoende) meegewerkt aan het materiële onderzoek van de verzekeraars. Het is daarom aan Sion en Bestuurder 1 zelf te wijten dat een groot deel van de over 2017 gedeclareerde bedragen moet worden terugbetaald. Dat Bestuurder 1 persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is bovendien een contra-indicatie voor matiging. Matiging van het door Sion aan de verzekeraars terug te betalen bedrag, althans de te vergoeden schade, is onder deze omstandigheden niet op zijn plaats en het beroep daarop zal dan ook worden verworpen.
Wettelijke rente
5.43.
De verzekeraars vorderen ook betaling van wettelijke rente over het onverschuldigd betaalde bedrag c.q. de schade, met ingang van 1 januari 2018. De rechtbank constateert dat de zaak bij de verzekeraars op verschillende momenten sinds oktober 2019 heeft stilgelegen. Ter zitting is namens de verzekeraars toegelicht dat dat een kwestie van prioritering is geweest. De rechtbank is van oordeel dat het ruimte tijdsverloop (mede) door de eigen keuzes van de verzekeraars, in combinatie met het aanzienlijke bedrag van de vordering in dit geval niet ten nadele van Sion c.s. moet komen. De rechtbank zal daarom wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag van de (eerste) dagvaarding, te weten 22 april 2025.
Proceskosten
5.44.
Sion c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de verzekeraars worden begroot op:
- kosten van de dagvaardingen
611,25
(5 x € 122,25)
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
9.262,00
(2 punten × € 4.631,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
16.912,25
5.45.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.46.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
veroordeelt Sion c.s. hoofdelijk om aan de verzekeraars te betalen een bedrag van
€ 2.924.942,99, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Sion c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 16.912,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Sion c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Sion c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Kelkensberg en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
Type: 2513.

Voetnoten

1.De rechtbank constateert dat de verzekeraars er kennelijk voor hebben gekozen de derde commissaris van Sion (r.o. 3.3) niet aansprakelijk te stellen.
2.DinZ is de (software)leverancier van Sion. DinZ stelt in die rol een digitale omgeving beschikbaar aan Sion, waarin de onderaannemers van Sion per cliënten(zorg)dossier hun uren bijhouden. Op basis hiervan dient Sion vervolgens declaraties in bij de verzekeraars, die deze declaraties betalen aan Sion op grond van de Betaalovereenkomst.