ECLI:NL:RBDHA:2025:22554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid van de rechtbank in asielzaak met betrekking tot beëindiging bevriezingsmaatregel
Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een asielzaak waarbij de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om van het beroep kennis te nemen. De zaak betreft een brief van de minister van Asiel en Migratie, waarin werd meegedeeld dat de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 eindigt. Eiser had eerder beroep ingesteld tegen deze brief en verzocht om een voorlopige voorziening, maar dit verzoek werd op 29 oktober 2025 afgewezen. Tijdens de zitting op 27 november 2025 waren eiser, diens gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig. De rechtbank oordeelde dat de brief van 16 juli 2025 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelde vast dat er eerder een terugkeerbesluit aan eiser was opgelegd op 21 februari 2024, en dat de asielaanvraag van eiser op 30 augustus 2023 buiten behandeling was gesteld. Aangezien eiser geen beroep had ingesteld tegen deze besluiten, stonden deze in rechte vast. De rechtbank concludeerde dat de beëindiging van de bevriezingsmaatregel geen nieuwe rechtsgevolgen met zich meebracht, en dat de rechtbank daarom onbevoegd was om het beroep inhoudelijk te beoordelen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd openbaar gemaakt op dezelfde dag.