In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland is vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 36 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een gedragsbeïnvloedende maatregel. Het hof bevestigt het vonnis, behalve voor de strafbaarheid en strafoplegging, en vernietigt deze onderdelen.
De psychiater adviseerde verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren vanwege een ernstige stoornis in alcoholgebruik, verslavingsgevoeligheid en een psychotische stoornis, die ook tijdens het tenlastegelegde feit aanwezig waren. Het hof volgt dit advies en rekent het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte toe.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit: poging tot doodslag met meerdere messteken, het gevaar voor het slachtoffer en de maatschappelijke onrust. Gezien de verminderde toerekeningsvatbaarheid en persoonlijke omstandigheden legt het hof een gevangenisstraf van 36 maanden op, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden. Het hof wijst een gedragsbeïnvloedende maatregel af en verklaart het mes verbeurd.
De reclassering rapporteert positieve ontwikkelingen, waaronder abstinentie en stabiliteit, maar vanwege de ernst van het feit is een deels onvoorwaardelijke straf passend. Het hof bevestigt het vonnis voor het overige en legt toezicht en begeleiding door de reclassering op.