ECLI:NL:CRVB:2026:573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-besluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen een WIA-besluit van het UWV. Tijdens de procedure werd een deskundigenrapport uitgebracht en diende appellante een zienswijze in. Het UWV nam vervolgens een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot een verweerschrift na de gewijzigde beslissing. De Raad besloot de zaak zonder nadere zitting af te doen.
De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten in hoger beroep, begroot op € 2.335,-, en het betaalde griffierecht van € 138,- aan appellante moet vergoeden. Dit volgt uit de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door M.E. Fortuin namens de Centrale Raad van Beroep op 13 mei 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep.