ECLI:NL:CBB:2021:67
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op fosfaatrechtverhoging wegens bedrijfsverplaatsing en knelgevallenregeling
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft in 2009 haar oude bedrijfslocatie verkocht vanwege een dijkverleggingsproject. Zij mocht de oude gronden nog twee jaar om niet gebruiken en kocht in 2010 een nieuwe locatie met meer grond aan. Op de peildatum 2 juli 2015 hield zij meer dieren dan in 2009, maar was zij niet langer grondgebonden vanwege een groei van de veestapel en het wegvallen van gebruik van een deel van de oude gronden.
Verweerder heeft het verzoek van appellante om verhoging van het fosfaatrecht op grond van de knelgevallenregeling afgewezen omdat er geen sprake was van tijdelijk minder fosfaatruimte of minder melkvee op de peildatum als gevolg van het project. Appellante stelde dat het niet grondgebonden zijn direct voortkwam uit de gedwongen verplaatsing.
Het College oordeelt dat het wegvallen van de oude gronden is gecompenseerd door de aankoop van nieuwe gronden en het tijdelijk gebruik van oude gronden. De groei van de veestapel is een ondernemersrisico. Er is geen causaal verband tussen het niet grondgebonden zijn op de peildatum en het project. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar verzoek tot verhoging van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.